Monthly Archives

april 2018

Niemand vindt zichzelf slecht, dus ook mijn hoofdpersoon niet

By | Blog | No Comments

 Schrijven als oefening in compassie

 

 

Mensen vragen me met enige regelmaat meer te vertellen over mijn worstelingen met het schrijven.

Laat ik een poging wagen, want zo kan ik zelf ook ontdekken wat me dwarszit in de tragische familiegeschiedenis die ik aan het uitpluizen ben en waar ik steeds in vastloop.

Ik startte zoals elke biograaf. Begon met het interviewen van de hoofdpersonen, mensen in de eerste, tweede, derde kring er omheen.

Ik kwam steeds meer over het leven van de kinderen van de moeder- die–geen–moeder kon zijn te weten. En dat maakte dat ik weerzin ontwikkelde tegen haar, de hoofdpersoon. Dat bleek funest. Een schrijver behoort boven de partijen te staan en moet zich in elk personage kunnen inleven.

Een collega geeft me de tip om deze niet-moeder te beschrijven als de antagonist, de tegenspeler.

Ik weet niet waar te beginnen.

 

David Grossman, de gelauwerde Israëlische auteur, schrijft in het indringende essay De ander van binnenuit kennen, dat je ernaar moet streven om ‘de kern te bereiken van de ander als ander, en daar de ander te ervaren als iemand die zelfstandig en onafhankelijk bestaat, als iemand die een hele wereld is met een eigen innerlijke geldigheid en een eigen innerlijke logica.’

Grossman heeft het over een helder besef krijgen van de ander, het principe van de ander.

 

Fall in love with the bad ones

Een paar jaar geleden volgde ik een vierdaags seminar van de Amerikaanse fameuze scriptdokter Robert McKee.

Daaruit is me onder andere de volgende quote bijgebleven: ‘It is essential to fall in love with all your characters, especially the bad ones.’

Zijn oplossing: voel je weerzin naar een personage, vraag je dan af: wat zou ik in zijn of haar plaats doen? Bedenk dan dat je alles doet om je uit de situatie te redden. Niemand wil als een ellendeling overkomen. ‘No one thinks he is bad.’

 

 

Boeddha logica

In feite zegt McKee dat je mededogen moet hebben. En dat brengt me bij een Boeddhistische oefening in compassie die ik ooit tijdens een retraite leerde.

Een meditatie oefening:

–  Eerst ga je compassie voelen voor iemand die je graag mag (makkie).

–  Dan voor een neutraal persoon , een onbekende: een voorbijganger, de kassière bij Albert Heijn, de man die met zijn wandelstok de straat oversteekt. Je haalt je die persoon voor de geest en visualiseert dat het hem of haar goed gaat (ook niet ingewikkeld).

–  Pas nu komt de echte oefening: je neemt een persoon voor ogen die je tegenstaat, of die je zelfs haat. Bedenk dan eerst waar je zelf in je leven gebreke bent gebleven, zo oefen je in nederigheid. Neem dan weer die nare persoon voor ogen, stel hem/haar voor als kind. Want is het niet zo dat ook de meest wrede heersers ooit onschuldige kinderen waren? Visualiseer vervolgens hoe die persoon was als kind. Soms komt er dan een beeld boven, waardoor je bepaalde handelingen of karaktertrekken kunt begrijpen.

Binnen het boeddhisme oefen je zo mededogen: uiteindelijk gun je ook een slechterik een wedergeboorte in de hemel.

 

Innerlijke logica

Als schrijver ga ik op zoek naar de prille jeugd van de anti-held, en dan vooral naar het moment waarop ze haar onschuld verloor en haar leven volgens haar innerlijke logica begon vorm te geven.

 

Meer blogs ontvangen? Meld je dan aan: http://christeljansen.nl/newsletter/

 

 

 

 

 

Elena Ferrante deel IV of over het rijpen van een tekst

By | Blog | No Comments

Even terug naar mijn eerste blog. Ik zag niet meer hoe ik mijn tekst nieuw leven kon inblazen. Moest ik het vanuit een heel ander perspectief proberen? Moest ik het een poos laten liggen? Of even iets heel anders doen? Of zou ik terugkeren naar mijn oude liefde, jeugdboeken? Ik heb nog wat verhalen liggen. Een ervan De Olifantjongen, speelt in India en gaat over een tweeling die niet van elkaars bestaan weet. Ik zie een kleurrijke jeugdfilm voor me, maar de plot krijg ik niet rond.

Sommige auteurs werken tien jaar of langer aan een boek. Ik nog maar een jaar of vier, dus waar gaat het over?

Het punt is: het voelt gênant, mensen vragen hoever je bent en je kunt niets zeggen. Geen verschijningsdatum, geen noemenswaardige voortgang. Ik schaam me als ik een collega trots hoor vertellen dat haar nieuwe boek eraan komt. Het is al haar derde boek in de vier jaar dat er niets van mijn hand is verschenen. Het schuurt en het levert geen cent op ook. Wil ik wel zo verder?

 

Oude wijn

‘Ellena Ferrante deel IV,’ appt een vriendin.

Ferrante die in dit deel Het verhaal van het verloren kind al een paar succesvolle boeken op haar naam heeft staan, krijgt geen fatsoenlijke zin meer op papier. Haar redacteur belt haar met de vraag hoever ze is met het nieuwe boek waar ze een riant voorschot voor heeft gehad.

‘Ik ben nog lang niet bij het einde,’ zegt ze hem.

‘Je zou me iets kunnen laten lezen.’

‘Daar voel ik me nog lang niet klaar voor.’

Het lukt haar niet. Uiteindelijk als de deadline nadert en de telefoontjes van de redacteur dwingender worden, besluit ze hem een oud manuscript te sturen. Ze verandert er niets aan. En tot haar verrassing is de redacteur lovend.

Daarna begint het weer te stromen.

 

Soms is creativiteit als een kurk die ervoor zorgt dat de wijn niet kan wegstromen. Als het een goede wijn is, rijpt die achter de kurk gewoon verder. Het is een mooi beeld waar ik me aan vastklamp. Mijn manuscript ligt nu te rijpen, en wie weet komt dat jeugdboek er in een of andere vorm ook.

 

Meer blogs ontvangen? Meld je dan aan: http://christeljansen.nl/newsletter/