Monthly Archives

juli 2018

Zit, loop, poets en schrijf – gedachtes over meditatie, schrijven en een Russische dissidente dichter.

By | Blog

In 1998 verbleef ik in het gastenverblijf De Slangenburg in Doetinchem en maakte per abuis kennis met zenmeditatie. In de nabijgelegen Sint Willibrordsabdij bleek een plek vrij te zijn gekomen in de groep die er een meditatieretraite volgde. De zenmeester was Ton Lathouwers. Hij instrueerde me hoe te zitten voor zazen (zitmeditatie) en hoe te lopen bij kinhin (loopmeditatie), met aandacht en met inzet van de ademhaling. Verder geen uitleg, louter ervaren. Wat mij aantrok was de eenvoud. Er gebeurde niets speciaals daar in het stiltecentrum. Toch bleef ik thuis mediteren, ’s avonds een kwartiertje, nadat ik mijn (toen nog jonge) kinderen naar bed had gebracht. Het was alsof ik me oplaadde om daarna met mijn schrijven aan de slag te gaan. Meditatie hielp me te focussen, minder te piekeren en zo ontstond er ruimte in mijn overvolle brein. Ik besloot vaker in retraite te gaan.  Ik ging om alleen te zijn, om de stilte en stiekem ook om in mijn hoofd de plot voor een verhaal uit te denken, maar dat bleek niet de bedoeling. Niet lang daarna verscheen mijn eerste fictieboek.

 

Kleurrijk en onmogelijk

Aan deze periode dacht ik terug toen ik onlangs voor een artikel het verband tussen adem en schrijven verder wilde uitdiepen en een fragment tegenkwam waarin dit haarfijn wordt weergegeven. Ik las het in  Limonov van Emmanuel Carrère, een biografie over de avantgardistische ‘enfant terrible’ van de Russische literatuur.

De dissidente dichter Edward Limonov (1943), is een zowel onmogelijk als kleurrijk figuur. Hij werd in 1974 de Sovjet-Unie uitgezet, belandde in New York waar hij aan de zelfkant van de samenleving leefde, maakte furore met opruiende romans als Ik ben het Eddy en De Russische dichter houdt van grote negers, woonde als linkse intellectueel in Parijs, streed mee met de ultrarechtse huurlegers in de Servisch-Kroatische oorlog en keerde terug naar Rusland waar hij zich aansloot bij de oppositie tegen het regime van Poetin. Maar Poetin is niet gediend van oppositie en Limonov belandde in een streng bewaakte gevangenis.

 

Dromen is geen meditatie

Hier leerde Limonov, te midden van zware criminelen, mediteren van pasja Ribki. Deze pasja was een ‘kolos met een kaalgeschoren knikker’ die er op zijn dertigste al tien jaar gevangenis op had zitten. Hij at geen vlees, dronk heet water in plaats van thee ‘en deed indrukwekkende yogaoefeningen,’ zo schrijft Carrère. ‘Aanvankelijk gaat Limonov met gesloten ogen in lotushouding op zijn brits zitten, maar zodra hij de techniek onder de knie heeft, merkt hij dat hij overal kan mediteren, in alle discretie (…) onder de ochtendlijke vloeken van de begeleiders leert Edward zich in zichzelf terug te trekken en het gebied te bereiken waar hij buiten bereik is, rust vindt.’

Hij werd overgeplaatst naar een werkkamp waar het credo luidde: werken om te werken. Limonov voerde zijn taken, absurde schoonmaakklussen, met akelige precisie uit. Uren achtereen poetste hij wc-potten tot ze glansden als nooit te voren. Hij merkte dat hij bij het uitvoeren van deze monotone, repetitieve taken vanzelf begon te dromen. Carrère: ‘De pasja had hem hiertegen gewaarschuwd: dromen is exact het tegengestelde van mediteren. Het is een geestelijke ruis waarvan de meeste mensen zich niet eens bewust zijn, ook al gaat het om de ergste vorm van energie- en tijdverlies. Om eraan te ontsnappen telt Edward zijn ademhalingen, rekt ze, concentreert zich op de weg die lucht aflegt van zijn neusgaten tot zijn onderbuik en terug, of hij zegt gedichten op die hij uit het hoofd kent en focust zijn aandacht op elk vers, of –en dat gebeurt het vaakst – hij schrijft. In zijn hoofd natuurlijk, zoals Solzjenitsyn dat vijftig jaar eerder heeft gedaan: hij voltooit zin na zin, paragraaf na paragraaf, hoofdstuk na hoofdstuk, leert alles gestaag van buiten en verbetert zo dagelijks de prestaties van een sowieso al indrukwekkende harde schijf.’

 

Oproep!

Limonov gebruikt meditatie om te schrijven, om zijn geheugen te trainen zodat hij de zinnen en de woorden waarmee hij de verhalen van zijn medegevangenen in wilde weergeven, wist vast te houden. Beter kun je bijna niet verwoorden hoe ademhaling/meditatie en schrijven op elkaar inwerken. Ik ben op zoek naar scenes van of over andere schrijvers over de wisselwerking tussen meditatie en schrijven. Dus bij deze doe ik eens een oproep: gezocht scenes over ademen/meditatie en schrijven!

 

 

 

 

 

 

 

 

Een ochtendritueel – Ademen en schrijven 1

By | Blog

Jarenlang schreef ik voor de boekenbijlage van dagblad Trouw. Het was nog in de tijd vóór internet, dat je je artikelen uitknipte en keurig bewaarde in een map. Mijn zwager die in het buitenland woonde, wilde een keer toen hij op bezoek was, lezen wat ik zoal had geschreven. Ik gaf hem de map en hij las al mijn recensies achter elkaar. Het viel hem op dat ik een artikel vaak met een citaat begon. Niets mis mee op zich en ik wist dat een citaat vaak een prima manier is om mee van start te gaan, maar toch voelde ik me betrapt, alsof ik een kunstje uithaalde, alsof ik niet creatief met mijn teksten omging.

Als schrijver/journalist kun je er beter voor waken dat je niet te veel gewend gaat raken aan het stramien waarin je schrijft. Alsof je jezelf bij elke tekst weer een beetje opnieuw uitvindt, elke tekst een nieuwe uitdaging voor je creativiteit is. Je stijl mag herkenbaar zijn, graag zelfs, maar schrijven moet nooit voorspelbaar worden. Dan roest je vast.

 

Ochtendpagina’s                                                                                                                                              

Nu overkomt dit iedereen weleens. Mij ook recent nog, zoals ik in eerdere blogs al aangaf (http://christeljansen.nl/2018/01/15/hoe-het-bizarre-verhaal-van-mijn-hoofdpersoon-me-naar-mezelf-leidde/ en  http://christeljansen.nl/2018/05/12/inspiratie-is-geen-goddelijke-bron-schrijfplezier-wel/). Ik sloeg daarom The Artist’s Way van Julia Cameron maar weer eens open. Een jaloersmakende bestseller, hordes mensen lopen met de methode Cameron weg. Ik ben eerlijk gezegd nooit verder gekomen dan de morning pages, want het is voor mij een te Amerikaans,  juichend boek. De bedoeling van deze ochtendpagina’s is dat je elke dag meteen na het opstaan drie bladzijden vol pent, ongestructureerd, uit de losse pols. Het zou je helpen om weer los te komen, je geest te legen en ruimte te maken voor creativiteit.

Ik schoof mijn weerstand opzij en ging aan de slag. Ik merkte dat het prettig is om te schrijven alleen om het schrijven. Het begon zelfs mijn meditatie te vervangen. Ik schreef over de dromen die nog vers in mijn geheugen lagen, dingen die me waren opgevallen, niet eens zozeer over zaken die me dwarszaten, meer momenten waar ik bij stil wilde staan. Ik ging er met mezelf over in gesprek. Zo ontstond er een soort dagboek in de vorm van een inner dialogue. Wel een weergave die niet veel met de werkelijkheid vandoen heeft, maar misschien is dat juist wel hét kenmerk van een dagboek.

 

Andere (adem)modus

Een voorwaarde is dat je met de hand schrijft. En dat maakt dat je niet alleen langzamer gaat schrijven,  je vertraagt, je ademhaling past zich aan. Je komt in een andere modus, je gedachtestroom verdunt, er komen gewoon minder gedachten door. Je focust je op datgene waar je mee bezig bent: je schrijft. En dat leidt ook tot beter formuleren (type ik nu op mijn pc in).

Ik hield het een poos vol tot ik mezelf er op een gegeven moment op betrapte dat ik het gewoon niet meer deed. Ook goed. Zo gaat dat met dingen die heilzaam zijn, een tijdlang hebben ze een functie en dan is het weer oké.

Over het verband tussen schrijven en ademen valt nog veel meer te zeggen. Het mooiste daarover vond ik in een biografie over een Russische schrijver. Daarover meer in een volgende blog.