Category

Blog

De waarheid kun je soms gewoon niet verzinnen.

By | Blog

Over feit en fictie in mijn nieuwste roman Mijn moeder wil mijn naam niet weten

Pal nadat in mijn roman Mijn moeder wil mijn naam niet weten, het portret van de vader van Esther van de muur valt, krijgt Esther te horen dat haar vader is overleden.

‘Is dit echt gebeurd?’ vraagt mijn redacteur. ‘Anders is het gewoon too much.’

Waar gebeurd, maar ik begrijp haar vraag. In een verhaal waar al zoveel onwaarschijnlijke dingen gebeuren, moet je de waarheid doseren. Zelfs al is dit verhaal in de romanvorm gegoten.

In een eerdere versie toen ik deze dramatische familiegeschiedenis in non-fictie wilde weergeven, omdat ik bang was dat mensen het anders niet zouden geloven, stond een scène over Esther die bij het sterfbed van haar moeder een hand op haar voorhoofd legt en zich realiseert dat ze haar moeder voor het eerst aanraakt.  Dat kan niet, zei mijn toenmalige redacteur: ‘Het kan niet waar zijn dat een dochter pas op haar 65e voor het eerst fysiek contact heeft met haar moeder.’ Het is de beginscène van mijn roman geworden, en er is geen woord van verzonnen. Dat ik het boek hiermee open heeft overigens niets met deze redacteur te maken, maar dit fragment is tekenend voor de rest van het verhaal over een moeder die niets van de drie kinderen uit haar eerste huwelijk wilde weten.

Mijn roman verscheen half september en ik heb al tal van mooie recensies ontvangen. Wel zie ik dat sommige  recensenten (NRC en Hebban) worstelen met de vraag wat waar is en wat niet? Kort gezegd komt het hierop neer: de feiten kloppen, maar de personages heb ik op basis van de informatie die ik heb gevonden, zelf ingevuld, ik laat ze praten, dialogen voeren, uitbundig en verdrietig zijn.  Waargebeurde fictie of faction. Een genre dat zeker niet nieuw is maar waar we blijkbaar niet zo goed mee uit de voeten kunnen.

Ook de DNB recensent schreef een positieve recensie met een ‘maar’, namelijk dat dit boek niet zoveel toevoegt aan alles wat al gepubliceerd is over de Tweede Wereldoorlog. Is dat zo? Er is inderdaad meer geschreven over musici in de oorlog, maar ik ken geen verhaal waar een van de musici kon doorspelen (Lies, de celliste) en de ander (Juliusz, de Joodse operazanger) niet. En waar in een roman las ik over sterilisatie van gemend gehuwden?  Verplichte sterilisatie was een voorwaarde om vrij te komen uit Westerbork voor een gemengd gehuwde (medio 1943). Dit soort feiten kun je niet veranderen en eerlijk gezegd, niet eens verzinnen. Toen Esther haar verhaal vertelde in het radioprogramma Nooit meer slapen en uitlegde dat de sterilisatie bij haar vader bewust niet correct was uitgevoerd en zij daardoor geboren kon worden, kwam er meteen een tweet met de volgende strekking: ‘Dit kunnen we naar het rijk der fabelen verwijzen.’

Nee tweeter, evenmin als we WO II in Nederland in  1942 kunnen laten beginnen (behalve als het om absurdistisch proza gaat) kun je met deze feiten sjoemelen. De waarheid is nog altijd weerbarstiger dan literatuur, maar wordt in literatuur werkelijkheid. Zie daar mijn keuze voor fictie.

En dat werd weliswaar niet mijn eerste boek, maar dus wel mijn romandebuut. Libris – Vol van Boeken 10-2021 – Pagina 98-99 (publitas.com)

Over de invasie van de brasem, moederliefde en je ‘vrij’ schrijven

By | Blog

Elk jaar ergens eind mei, hebben we hier ‘de invasie der brasems’. Had ik nog nooit van gehoord voor ik op het water ging wonen. Hier in een inham van de Waal bij Nijmegen stromen de vissen jaarlijks massaal toe om kuit te schieten. Geen mens die zich dan nog in het water waagt. Duizenden vissen krioelen langs elkaar en schieten hun voorraad kuit af op de stenen aan de oever en de mannetjes plonsen daar overheen. Reigers staan aan de kant te loeren of er een behaphaar exemplaar tussen zwemt, de aalscholver duikt vaker onder dan gebruikelijk, op zoek naar lekkers.

Kuikentjes
Dat voortplanting een oerdrift is, weet iedereen, maar hier in de natuur word je er met je neus op gedrukt. Ook hoe verschillend daarmee wordt omgegaan. Neem de eend die bij ons in een hoge plantenbak op het dek broedde. Op een maandagmorgen zag ik zowaar tien kuikentjes uit de eieren kruipen. Moeder dook het water in, riep haar kinderen, de kuikentjes kukelden over de rand van de plantenbak en lieten zich vol vertrouwen in het water vallen. Vervolgens zag ik moeder met kinderen dagenlang niet meer, al wist een buurvrouw me te vertellen dat moeder eend snel alweer belaagd werd door twee mannetjes (en eenden seks is niet voor de poes). Pas drie dagen later zag ik haar langs zwemmen met nog maar drie jonkies. Een paar dagen later was er nog maar een over, uiteindelijk bleef ze moederziel alleen achter.
Nee, dan de Nijlgans. Moeders hoedt haar negen kinderen onder haar vleugels, vader staat er op het strandje op een afstand bij te kijken, gakkend naar elk ongewenst object dat zich te dicht in de buurt waagt. Dagelijks zwemt de familie langs, moeder voorop, vader achteraan. Niet één kuiken is verloren gegaan.
Mijn absolute favoriet is trouwens de fuut. Alleen al de manier waarop futen elkaar het hof maken, met hun kopjes langs elkaar heen draaiend en hun veren opstekend, om uiteindelijk met hun lange halzen een sierlijk hartje te vormen. En moeder fuut die met haar kinderen op de rug, veilig tussen haar vleugels, rondzwemt.

Moederliefde
Moederliefde, het lijkt zo vanzelfsprekend maar dat is het niet. In Mijn moeder wil mijn naam niet weten, de roman die komend najaar zal verschijnen bij uitgeverij Nieuw-Amsterdam, schrijf ik over een van de laatste taboes: een moeder die niet tot moederen in staat was, en vooral de kinderen die daar hun leven lang onder lijden. De moeder die ik beschrijf is zelfs zo beschadigd dat ze het bestaan van drie van haar kinderen ontkent.
Binnenkort meer hierover. Wat ik nu al wil vertellen is dat het optekenen van dit verhaal – gebaseerd op een waargebeurde familiegeschiedenis – een ongelofelijke zoektocht was.
Mijn grootste euvel was misschien wel dat ik het verhaal aanvankelijk waarheidsgetrouw, non-fictie, wilde opschrijven omdat het zo’n ongelooflijke geschiedenis is, dat ik vreesde dat niemand het zou geloven als ik het zou romantiseren. Maar het werkte op een of andere manier niet. Wel bij het verhaal van de kinderen, omdat die nog leven, mij vertrouwden en deelgenoot maakten. Omdat ik hun verhalen kon nazoeken en bevestigen. Maar om de moeder te kunnen doorgronden, die in 2010 overleed, moest ik me tot de fictie wenden. Eenvoudigweg omdat er te weinig informatie over haar jeugd was en ik haar op basis daarvan niet tot leven kon wekken op papier.

Voel je vrij
Nu ik het zo opschrijf, lijkt het allemaal zo eenvoudig, maar het was een ware ‘schrijfhel’ waar ik doorheen moest. Ruim een jaar kon ik het manuscript niet inzien, raakte er zelfs van in paniek. Ik ging schrijven met de hand, de morning-pages, een beproefde methode om je ‘los te schrijven’. Gaf workshops aan schrijvers en journalisten die net als ik vastzaten (of gewoon eens wat nieuws wilden proberen), verdiepte me in allerhande methodes die je energie losmaken, je creativiteit aanboren, huurde een redacteur in, zei dat ik mijn boek wilde fictionaliseren waarop hij riep: ‘Voel je vrij. Je hebt geen uitgever.’ Een zin van niets, die bij mij precies goed viel en een doorbraak betekende. Het boek komt er nu dus binnenkort. Maar uit deze crisis is nog iets anders heel moois voortgekomen. De cursus: Schrijf je helder!
In september gaat opnieuw een cursus van start. In vijf online lessen, leer je om middels korte meditaties en speelse schrijf- en taaloefeningen op een andere manier naar je eigen taal te kijken. Je gaat al schrijvend reflecteren en je zult merken dat je als vanzelf vertraagt en stiller wordt van binnen. Dit helpt je om beter te focussen, je helder uit te drukken, je eigen stijl te ontwikkelen en jezelf scherp(er) te zien. Mij heeft het veel opgeleverd en de deelnemers aan de vorige cursus ook.

Heb je interesse? In juni kun je meedoen met een introductieles.

Workshops – Christel Jansen | Verhalenonderzoeker

Schrijven om het schrijven: muziek op, ogen dicht en kijk wat er in je opkomt

By | Blog

De basis van de cursus Schrijf je helder is terug te voeren tot mijn jeugd.  Eerder gaf ik al workshops op het raakvlak van meditatie, yoga en schrijven, maar nu besloot ik het uit te breiden tot een cursus om meer de diepte in te kunnen gaan. Al is het alleen al omdat een schrijfoefening van een leraar in de vijfde klas van de lagere school mij blijvend wist te inspireren.

Als kind schreef ik schriften vol. Mijn toneelstukken werden opgevoerd in de aula, tijdens schoolreisjes vertelde ik ’s avonds in de slaapzaal verhalen, en om de spanning op te bouwen deed ik net of een personage uit mijn verhaal rondliep in de zaal of aan de deur klopte. Ik zette het volle licht van mijn schijnwerper erop. Natuurlijk was er niets te zien, dus deed ik of we pech hadden en sloeg een ander pad in met mijn griezelverhaal. Het mooiste was dat het doodstil werd in de slaapzaal, door het verhaal dat ik ter plekke verzon.

Ik schreef omdat ik het zalig vond in mijn eigen fantasiewereld rond te dolen, om me af te sluiten van de wereld en mijn eigen imperium om me heen op te bouwen. Schriften kladderde ik vol. Maar waar de verhalen over gingen? Ik zou het niet meer weten en ik kom er niet meer achter ook. Want toen ik op kamers ging wonen, gooide mijn moeder mijn schriften weg. 

Schrijven op muziek

Wat me wel is bijgebleven, is een schrijfles van meneer Van der Kolk, mijn leraar in de derde klas (de huidige groep 5). Een lange, beetje lijzige man met een ringbaardje, waar hij aan plukte vlak voor hij iets ging zeggen. Een leraar die het schrijven motiveerde, zoals meneer Campfens in de vierde klas oeverloos voorlas. Vooral uit Sjakie en de chocoladefabriek van Roald Dahl. We konden er geen genoeg van krijgen. Ik heb geluk gehad met zulke leraren, die aan de basis hebben gestaan van mijn professionele leven als schrijver.Ik moet een jaar of negen zijn geweest. Meneer Van der Kolk had pontificaal een pick-up neergezet in de klas. Hij droeg ons op onze handen voor de ogen te houden en te luisteren naar de muziek. Het was een klassieke muziekcompositie met veel hoge klanken. Welk stuk het was, heeft hij niet gezegd. Daar ging het ook niet om. We moesten luisteren, ogen dicht, en daarna meteen ons verhaal opschrijven. Ik dreef onmiddellijk weg, zonder nadenken stapte ik een andere wereld binnen. Mijn pen volgde mijn gedachten. Met schrijven ben ik nooit meer gestopt (nu dan vooral achter de PC) en muziek is me ook blijven inspireren.

Method writing

Bij elk boek hoort een bepaalde sfeer, met specifieke muziek. Tegenwoordig makkelijk te vinden via Spotify. Bij het werken aan de roman die dit najaar verschijnt, luisterde ik vaak naar cellomuziek. Ik ging zelfs op celloles om me beter in mijn hoofdpersoon – een celliste – in te leven. Method writing, als variant op method acting. Maar waar ik na anderhalf jaar van gestructureerd oefenen al blij ben als ik een mooie klank uit de cello haal, voel ik me in het schrijven volkomen vrij. Verhalen binnen laten stromen gebeurt zodra er ruimte is in mijn geest. En is die ruimte er niet, dan grijp ik terug naar de methode van meneer Van der Kolk: muziek op, ogen dicht, luisteren en kijken wat er opkomt. Soms is dat een verhaal, vaak ook gedachten die voorbijstromen en waar ik dan vol verwondering naar kan kijken. Schrijven om het schrijven. Daarnaast zijn er de meer ambachtelijke aspecten van het schrijven zoals structureren, een plot uitwerken, dialogen aanscherpen. Deze kneepjes leer je door veel te oefenen en hard te werken. Het maakt het vak boeiend.

Schrijven op muziek is een van de schrijftechnieken die aan bod komt in de cursus Schrijf je helder. Je gaat terug naar je bron, verkent je creativiteit. In de cursus combineren we schrijven met mediteren, maar we kijken ook hoe de gedachten werken in je hoofd, hoe je anders kunt kijken naar taal. Je leert op een speelse manier kijken naar jezelf. En dat geeft ruimte en helderheid. Laat je verrassen.

Op donderdag 1 april (geen grapje) gaat de cursus van start. Online. Er is nog plaats.

Kijk op : www.christeljansen.nl (workshops) of stuur me een bericht op info@prayag.nl /www.prayag.nl

Hoe corona me hielp zaken helder te krijgen

By | Blog

Voor mij maakte het coronajaar een aantal dingen duidelijk. Het voelde vooral als teruggaan tot de kern, doen waar ik goed in ben en waar mijn hart ligt. Allereerst tekende ik twee boekcontracten bij uitgeverij Nieuw Amsterdam en verschijnt daar komend najaar mijn roman Mijn moeder wil mijn naam niet weten. En al duurt het nog een paar maanden voor mijn boek er is (ook gevolg van corona, omdat het verschijnen van veel titels is uitgesteld), het voelt zo goed.

Vanwege de beperkingen die corona met zich meebracht, sloot ik na ruim 15 jaar mijn yogaschool: Terra yoga. Een besluit dat al in me lag te rijpen omdat het tijd was een vervolgstap te zetten. En zo startte ik met collega Stella van Dinten een nieuw initiatief: Prayag Meditatieopleidingen.

In Prayag combineer ik mijn passie voor meditatie met mijn ambacht, het schrijven.  In april gaat de cursus Schrijf je helder van start. In vijf online lessen, leer je om middels korte meditaties en speelse schrijf- en taaloefeningen op een andere manier naar je eigen taal te kijken. Je gaat al schrijvend mediteren/reflecteren en je zult merken dat je als vanzelf vertraagt en stiller wordt van binnen. Dit helpt je om beter te focussen, je helder uit te drukken, je eigen stijl te ontwikkelen en jezelf scherp te zien.

Voordelen: schrijven = mediteren

Waarom zou je meedoen met zo’n cursus? Uit diverse onderzoeken blijkt dat schrijven, in wat voor vorm dan ook, voordelen oplevert die vergelijkbaar zijn met meditatie: het vermindert stress en spanning, met de hand schrijven helpt je beter dingen  te onthouden en schrijven heeft net als meditatie een positief effect op je humeur, bloeddruk en immuunsysteem. Het kan zelfs werken als antidepressivum, iets waar veel mensen in deze turbulente tijd baat bij zouden hebben.

Maar plezier in het schrijven staat voorop.

In de cursus oefen je met nieuwe contexten en situaties. Ook als je al ervaring hebt met schrijven, kunnen deze inzichten je verder brengen en ga je mogelijk anders/frisser tegen je eigen teksten aankijken. Ik baseer de cursus deels op mijn eigen kennis en ervaring als auteur en journalist/tekstschrijver.

Voor meer informatie:

http://www.prayag.nl (site is nog onder constructie)

www.christeljansen.nl/workshops

‘We’ll meet again’, een schrale troost in tijden van Corona.

By | Blog

Een bijverschijnsel van de Corona crisis en de sociale isolatie is dat bij oude mensen de oorlog weer opspeelt. Ik merk het aan mijn moeder die nog net geen acht was toen de oorlog begon. ‘Natuurlijk is het nu anders,’ zegt ze. ‘We hebben telefoon (helaas is ze niet handig met de sociale media), licht en tv, maar toen moesten we ook zoveel mogelijk binnen blijven. Je wist niet hoelang het allemaal zou duren en welke maatregelen er nog zouden volgen. We betaalden honderd gulden voor een kilo appels.’

Toen was er sprake van een menselijke onderdrukker die selectief groepen vervolgde, nu een onzichtbaar virus dat geen onderscheid maakt in wie het treft.

Destijds was het heel ongewis hoe mensen zich gedroegen. Je behulpzame buurman kon zomaar bij de NSB zitten, of je zwager die uit zichzelf in het land van de bezetter ging werken. Anderen kozen juist voor het verzet. Oorlog als een virus dat ingrijpt op de menselijke geest.

In het manuscript dat ik onlangs afrondde, speelt de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol. Twee musici, hij joods en zij niet-joods, gemengd gehuwden die in de oorlog drie kinderen kregen. Zij kon ‘gewoon’ doorspelen en hij niet, collega-musici die verdwenen, of die zich bij de NSB aansloten om inkomen te genereren. Wie was goed en wie was kwaad? Wie kon je vertrouwen? Welk lot stond je joodse collega’s (en misschien ook jezelf) te wachten?

Dat de oorlog tot in zeker twee of drie generaties daarna nog doorwerkt, wordt ook duidelijk in mijn boek door het tragische verhaal van de kinderen van de musici, die een leven lang de naweeën van de oorlog voelden en nog voelen.

Elke keer als ik vluchtelingkinderen zie, op het beeldscherm of in de krant, vraag ik me dat af: hoelang zal de oorlog in hun en hun nazaten, nog voortleven?

Mijn moeder (2e van rechts) en haar vriendinnen na de oorlog.

Onlangs zong Hadewich Minis bij M de oorlogsklassieker ‘We’ll meet again’, van Vera Lynn. De Engelse zangeres die inmiddels 103 jaar is – ze werd in hetzelfde jaar geboren als mijn twee hoofdpersonen – en wiens naam voor altijd verbonden is met dit lied, maakt nu een revival van haar oorlogssong mee.

‘We’ll meet again,’ het lied dat symbool stond voor soldaten die in de Tweede Wereldoorlog naar het front vertrokken en de belofte dat ze hun geliefden ooit weer terug zouden zien.

Minis zong het krachtig, mijn moeder keek, was ontroerd en ontdaan. De oorlog kwam nog sterker binnen, de herinnering aan haar vader die in het laatste oorlogsjaar een longontsteking had, wiens grootste verlangen een witte boterham met boter en suiker was, de tulpenbollen die ze noodgedwongen moesten eten.

Mensen als mijn moeder, die de tachtig ruim gepasseerd zijn, in wiens hoofd oorlogsherinneringen rondspoken en die bezoek en hulp afhouden uit angst voor het gevreesde virus, mogen hopen dat ze ooit weer onbekommerd bij hun kinderen, kleinkinderen en vriendinnen langs kunnen. We’ll meet again. De onzichtbare Corona-vijand zorgde ervoor dat de allergrootste oorlogssong ever weer op de hitlijst kwam. Een schrale troost.

Kleurenblind en onzichtbaar

By | Blog

Door de Coronacrisis eindelijk toegekomen aan Kleurenblind, de autobiografie van comedian Trevor Noah. Een fascinerend verslag van een jeugd in het Zuid-Afrika van de jaren tachtig en negentig, toen apartheid nog in elke vezel van de maatschappij voelbaar was. Noah, o.a. bekend van zijn optredens in The Daily Show, heeft een Xhosa-moeder en een Zwitserse vader, wat maakte dat hij in zijn jeugd  voortdurend op zoek was naar zijn identiteit als kleurling. Als hij dan toch een kleur moest kiezen, was het zwart, zoals de familie van zijn moeder.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 92000000713802611-1.jpg

Hij geeft een zeer liefdevol portret van zijn moeder, als een eigenzinnige dame, die haar familie verliet omdat ze haar eigen weg wilde gaan, zich niets aantrok van de strenge wetten van de apartheid, aan de slag ging als secretaresse (een baan die begin jaren tachtig uitsluitend was weggelegd voor witte vrouwen), die haar Zwitserse buurman ‘gebruikte’ om een kind te krijgen en Trevor tot zijn negende vrijwel alleen opvoedde.

Wat mij vooral raakte was dat deze intelligente vrouw, die diep gelovig was en op zondagen haar zoon naar maar liefst drie kerkdiensten (zwart, wit en gemengd) meesleepte, zich liet inpalmen door een ‘foute’ man. Abel, de stiefvader van Trevor, was alcoholist met een slechte dronk en losse handen. Uiteraard had dit zijn weerslag op Trevor, die liever op straat ronddoolde dan thuis was, illegale handeltjes begon, werd opgepakt en op wonderlijke wijze uit de gevangenis wist te blijven.

Noah beschrijft compact, bijna zakelijk, hoe ongewis het is om in een onveilige omgeving op te groeien. In goede tijden is Abel charmant, grappig, een kameraad. Maar je weet nooit wanneer het beest in hem ontwaakt. Trevor ziet hoe voor zijn ogen zijn moeder in elkaar wordt geslagen. Ook hij ontkomt niet aan de harde handen van zijn stiefvader en slaat regelmatig op de vlucht. Als hij aan zijn moeder vraagt waarom Abel zo doet, zegt ze: omdat hij mij eronder wil krijgen. En blijkbaar lijdt deze vrouw aan een onverbeterlijk redderssyndroom. Op zijn zeventiende verlaat Trevor het ouderlijk huis, en breekt met zijn moeder omdat hij niet begrijpt dat zij bij deze alcoholist blijft.  Zijn moeder begrijpt  het, dat heeft ze destijds zelf immers ook gedaan.

Terwijl ik dit boek las, leven we in tijden van niet alleen sociale isolatie, maar ook van sterk toenemend huiselijk geweld. En dat is helaas een wereldwijd gegeven. Het gaat hand in hand met de verspreiding van het Corona-virus. Er zijn in Nederland al beelden opgedoken van een docente die, terwijl zij online lesgaf, werd mishandeld door haar man. En ook van leerlingen die voor het oog van de camera werden mishandeld door een ouder. In Frankrijk is er een toename van wel 40% van het huiselijk geweld, zo las ik in Trouw. Apotheken die een wachtwoord hebben waarmee vrouwen kunnen aangeven dat ze misbruikt worden (Masker 19), zodat de apotheekmedewerker de politie kan inlichten. Ik kan alleen maar hopen dat er meer manieren worden gevonden om slachtoffers van huiselijk geweld bij te staan. Hulplijnen waar kinderen chatten over onveilige thuissituaties zien een toename. Bij de Kindertelefoon voerden ze zelfs tot 40% meer gesprekken dan normaal over huiselijk geweld en seksueel misbruik, stond op de derde maandag van de quarantaine in de Volkskrant. Een vriendin die in de vrouwenopvang werkt, verwacht een enorme toestroom in de nabije toekomst. Kunnen ze dat wel aan? Het is tragisch dat mensen gedwongen op elkaar te zitten in onveilige situaties. Trevor Noah kon destijds weglopen, in de Coronacrisis ligt ook dat een stuk lastiger.

Trevor wordt na jaren van stilte onverwacht opgebeld door zijn broer met het bericht dat zijn moeder is neergeschoten door Abel (uiteindelijk heeft ze deze man, met wie ze nog twee zonen kreeg toch verlaten). Het loopt  op wonderbaarlijke wijze goed af, de kogel in haar achterhoofd, heeft vrijwel geen kwaad aangericht. Maar hoe zal het hier zijn, welke blijvende schade zal deze pandemie van huiselijk geweld veroorzaken? Levensverhalen als van Trevor Noah geven je een inkijk in de harde werkelijkheid. Kenmerkend voor huiselijk geweld is dat het onzichtbaar is. We kunnen alleen maar hopen dat een bij-effect van deze crisis is dat er meer aandacht komt voor huiselijk geweld, zodat er kan worden ingegrepen. Een veilige thuisomgeving is een basisrecht.  

Een Nachtzoen als Vlog

By | Blog

https://www.npostart.nl/de-nachtzoen/04-10-2019/VPWON_1302257

Over het boek waar ik al een tijdlang aan werk: een schrijnend verhaal over een moeder die het bestaan van haar drie kinderen ontkent en de kinderen die opgroeien in tehuizen. Over waarom ik mijn weerzin tegen die moeder overwon, haar jeugd indook en het verhaal van non-fictie herschrijf in fictie. Dat doet geen afbreuk aan de werkelijkheid, maar maakt het verhaal nog beter invoelbaar. Plus een Nachtzoen in gebarentaal.

Zoek je niche, schrijf, geef een boek uit en sla ondertussen wat zijpaden in

By | Blog

Je eigen boek uitgeven, lange tijd hing er een zweem van ‘mislukking’ omheen. Dan was je dus niet binnengekomen op de burelen van een uitgever. Eerlijk gezegd had ik altijd ook wel te doen met die mensen die hun roman in een oplage van een paar honderd exemplaren moesten zien te slijten. Tegelijkertijd was ik er dubbel in: had een van mijn lievelingsdichteressen, de Russische Marina Tsvetajeva, een van de groten van de vorige eeuw, niet haar eerste bundel in eigen beheer uitgegeven?

Er is een kentering gaande in het schrijversvak, zo zag de Auteursbond, de vakvereniging voor schrijvers en vertalers. Ze merkten daar dat het onderwerp leeft bij de achterban en dat het tijd werd alle inns en outs rond self-publishing eens grondig te beschrijven. In opdracht van de Auteursbond schreef ik een longread over het onderwerp. Self-publishing kan bijvoorbeeld wel eens een beter verdienmodel  zijn dan de traditionele weg via een uitgever. Want zelfs met een modelcontract in handen is het pezen: de auteur krijgt 10% royalties per titel, in een oplopende staffel naarmate er meer boeken worden verkocht (tot max. zo’n 15%). En afrekening één keer per jaar na afloop. Er zijn inmiddels zoveel nieuwe manieren van uitgeven verschenen (wie heeft de rechten over de podcast die van het boek is gemaakt? Of hoe zit dat met de Spotify voor boeken), dat men ook binnen de uitgeverswereld zelf zoekende is.

Het werd vooral  ook een  artikel  over empowerment van de schrijvende medemens, want eerlijk gezegd was ik behoorlijk onder de indruk van de auteurs die ik sprak. Stuk voor stuk ondernemende creatievelingen die niet bang zijn om hun hoofd boven het maaiveld uit te steken en zaken anders aan te pakken. Het zijn ook niet de minsten: Frank Krake kreeg zijn boek De laatste getuige op eigen kracht genomineerd voor de NS-Publieksprijs; Nanda Roep was de beoogde nieuwe Francine Oomen, maar had daar helemaal geen zin in en volgde haar eigen pad; Geert Kimpen had met zijn Kabbalist een bestseller, en besloot toch zelf het heft in handen te nemen door zijn eigen uitgeverij te starten.

Lees verder: https://auteursbond.nl/files/2019/01/AB_Longread_def.pdf

Stap uit je niche

Wat ik van de meeste auteurs/uitgevers die ik interviewde te horen kreeg: zoek je doelgroep en probeer je eigen niche te vinden. Dat was niet nieuw, maar toch raakte het me. Nanda Roep bijvoorbeeld leerde ik zo’n twintig jaar geleden kennen en af en toe lopen we elkaar ergens tegen het lijf.

‘In deze hoedanigheid (journalist) kende ik je nog niet,’ zei ze me toen ik haar sprak voor het artikel. ‘Elke keer als ik je spreek doe je wat anders.’

Is dat zo? Ik hoor het wel vaker, dat het lastig is voor mensen om me in een hokje te duwen. Nanda kent me als jeugdboekenschrijfster, pr-medewerker bij een uitgeverij (dat was twee decennia geleden een zwangerschapsvervanging), als voorzitter van een journalistenclub. Valt eigenlijk wel mee dus.

Voor mij blijft schrijven de boventoon voeren, maar ook iemand die schrijft moet eten. Zo simpel is het. Daarom ben ik yogales gaan geven (sorry, nog een ‘hoedanigheid’), nog voordat het zo booming werd. Het is prima te combineren met het zittend schrijversbestaan. Maar toch: doe ik niet te veel van alles wat en daardoor juist net niets?

 

Ego in meervoud

De Grieks-Armeense mysticus George Gurdjieff  beweerde dat je niet één bent, maar een menigte. Dat er vele ‘ikken’ en vele ‘ego’s’ zijn. Wat je ook verder van de man en zijn leringen moge denken, hier kan ik wel wat mee.

‘Focus je op je pad,’ leert de god Krishna zijn leerling, de strijder Arjuna, in de Bhagavad Gita. Maar dan moet je wel weten welk pad je gaat volgen. Bij Arjuna was dat eenvoudig, hij was geboren als strijder (in India lag dat een stuk duidelijker) en moest dus het slagveld opgaan.

Mijn pad loopt via kronkelpaden en zijwegen: schrijver, docent yoga- en meditatie en sinds een poosje studeer ik ook Religiewetenschappen. Maar de hoofdweg, de rode draad, blijft zichtbaar: alles gaat over zingeving. Is niet al het schrijven erop gericht om zin te geven aan het leven, al is het maar aan dat van jezelf: schrijven om de wereld te duiden? Het is trouwens opvallend dat het aandeel schrijvers/journalisten onder deze ‘tweede kans’-studenten relatief groot is.

 

Heksenkind

Toen tijdens de studie het onderwerp religie en gender aan de orde kwam, werd Monica Furlong veelvuldig geciteerd. Zij was feministisch theologe, maar ik ken haar als de schrijfster van de indrukwekkende jeugdromans Juniper en Heksenkind. Voor mij een verrassende ontdekking, maar zo logisch ook. Een en ander kan elkaar dus positief beïnvloeden. Mijn devies: hou je hoofddoel in de gaten, – je main road -, en maar sla met regelmaat eens een zijweg in. Er is zoveel boeiends, waarom zou je je grenzen niet oprekken?

Zoek je niche, schrijf, geef een boek uit en sla ondertussen wat zijpaden in

By | Blog

Je eigen boek uitgeven, lange tijd hing er een zweem van ‘mislukking’ omheen. Dan was je dus niet binnengekomen op de burelen van een uitgever. Eerlijk gezegd had ik altijd ook wel te doen met die mensen die hun roman in een oplage van een paar honderd exemplaren moesten zien te slijten. Tegelijkertijd was ik er dubbel in: had een van mijn lievelingsdichteressen, de Russische Marina Tsvetajeva, een van de groten van de vorige eeuw, niet haar eerste bundel in eigen beheer uitgegeven?

Er is een kentering gaande in het schrijversvak, zo zag de Auteursbond, de vakvereniging voor schrijvers en vertalers. Ze merkten daar dat het onderwerp leeft bij de achterban en dat het tijd werd alle inns en outs rond self-publishing eens grondig te beschrijven. In opdracht van de Auteursbond schreef ik een longread over het onderwerp. Self-publishing kan bijvoorbeeld wel eens een beter verdienmodel  zijn dan de traditionele weg via een uitgever. Want zelfs met een modelcontract in handen is het pezen: de auteur krijgt 10% royalties per titel, in een oplopende staffel naarmate er meer boeken worden verkocht (tot max. zo’n 15%). En afrekening één keer per jaar na afloop. Er zijn inmiddels zoveel nieuwe manieren van uitgeven verschenen (wie heeft de rechten over de podcast die van het boek is gemaakt? Of hoe zit dat met de Spotify voor boeken), dat men ook binnen de uitgeverswereld zelf zoekende is.

Het werd vooral  ook een  artikel  over empowerment van de schrijvende medemens, want eerlijk gezegd was ik behoorlijk onder de indruk van de auteurs die ik sprak. Stuk voor stuk ondernemende creatievelingen die niet bang zijn om hun hoofd boven het maaiveld uit te steken en zaken anders aan te pakken. Het zijn ook niet de minsten: Frank Krake kreeg zijn boek De laatste getuige op eigen kracht genomineerd voor de NS-Publieksprijs; Nanda Roep was de beoogde nieuwe Francine Oomen, maar had daar helemaal geen zin in en volgde haar eigen pad; Geert Kimpen had met zijn Kabbalist een bestseller, en besloot toch zelf het heft in handen te nemen door zijn eigen uitgeverij te starten.

Lees verder: https://auteursbond.nl/files/2019/01/AB_Longread_def.pdf

Stap uit je niche

Wat ik van de meeste auteurs/uitgevers die ik interviewde te horen kreeg: zoek je doelgroep en probeer je eigen niche te vinden. Dat was niet nieuw, maar toch raakte het me. Nanda Roep bijvoorbeeld leerde ik zo’n twintig jaar geleden kennen en af en toe lopen we elkaar ergens tegen het lijf.

‘In deze hoedanigheid (journalist) kende ik je nog niet,’ zei ze me toen ik haar sprak voor het artikel. ‘Elke keer als ik je spreek doe je wat anders.’

Is dat zo? Ik hoor het wel vaker, dat het lastig is voor mensen om me in een hokje te duwen. Nanda kent me als jeugdboekenschrijfster, pr-medewerker bij een uitgeverij (dat was twee decennia geleden een zwangerschapsvervanging), als voorzitter van een journalistenclub. Valt eigenlijk wel mee dus.

Voor mij blijft schrijven de boventoon voeren, maar ook iemand die schrijft moet eten. Zo simpel is het. Daarom ben ik yogales gaan geven (sorry, nog een ‘hoedanigheid’), nog voordat het zo booming werd. Het is prima te combineren met het zittend schrijversbestaan. Maar toch: doe ik niet te veel van alles wat en daardoor juist net niets?

 

Ego in meervoud

De Grieks-Armeense mysticus George Gurdjieff  beweerde dat je niet één bent, maar een menigte. Dat er vele ‘ikken’ en vele ‘ego’s’ zijn. Wat je ook verder van de man en zijn leringen moge denken, hier kan ik wel wat mee.

‘Focus je op je pad,’ leert de god Krishna zijn leerling, de strijder Arjuna, in de Bhagavad Gita. Maar dan moet je wel weten welk pad je gaat volgen. Bij Arjuna was dat eenvoudig, hij was geboren als strijder (in India lag dat een stuk duidelijker) en moest dus het slagveld opgaan.

Mijn pad loopt via kronkelpaden en zijwegen: schrijver, docent yoga- en meditatie en sinds een poosje studeer ik ook Religiewetenschappen. Maar de hoofdweg, de rode draad, blijft zichtbaar: alles gaat over zingeving. Is niet al het schrijven erop gericht om zin te geven aan het leven, al is het maar aan dat van jezelf: schrijven om de wereld te duiden? Het is trouwens opvallend dat het aandeel schrijvers/journalisten onder deze ‘tweede kans’-studenten relatief groot is.

 

Heksenkind

Toen tijdens de studie het onderwerp religie en gender aan de orde kwam, werd Monica Furlong veelvuldig geciteerd. Zij was feministisch theologe, maar ik ken haar als de schrijfster van de indrukwekkende jeugdromans Juniper en Heksenkind. Voor mij een verrassende ontdekking, maar zo logisch ook. Een en ander kan elkaar dus positief beïnvloeden. Mijn devies: hou je hoofddoel in de gaten, – je main road -, en maar sla met regelmaat eens een zijweg in. Er is zoveel boeiends, waarom zou je je grenzen niet oprekken?

Schrijfinspiratie nodig?

By | Blog

25 oktober – Hoe schrijf je je los?

uur, Ruimte voor Aandacht, Utrecht

Loop je vast in je artikel, verhaal of vertaling, en wil je technieken onderzoeken om weer verder te kunnen? Schiet het niet op met je werk en vind je het lastig om je te focussen tijdens het schrijven? Heb je het gevoel dat je jezelf herhaalt? Wil je op zoek naar een nieuwe uitdaging in het schrijven? Welke gedachten zitten je in de weg en hoe ga je daarmee om?

 

In de tweede editie van dit coachingscollege ga je praktisch aan het werk, met een kleine groep. Je werkt met schrijfoefeningen die je uitnodigen om vanuit een ander perspectief naar je eigen schrijfproces en je eigen teksten te kijken. Waar is je schrijfroutine nog vruchtbaar en waar niet meer? En is het dan mogelijk je routine te doorbreken en jezelf los te weken van vaste schrijfgewoontes? Met technieken vanuit mindfulness en yoga onderzoek je zonder deadline en zonder doel je plezier in het schrijven. Niets zweverigs aan, overigens. Beide benen blijven op de grond.

 

 Voor wie?

Schrijvers en vertalers die willen experimenteren met technieken om hun schrijfproces te analyseren.

 

Individueel vervolg?

Na een coachingscollege kun je nog individuele vragen hebben. Daarvoor biedt Christel Jansen ook individuele coaching aan, en de Auteursbond geeft een ruime vergoeding.

 

Praktische info

  • Datum: donderdag 25 oktober
  • Tijd: 13.00 tot 17.00 uur
  • Locatie: Ruimte voor Aandacht, Singelsteeg 2, Utrecht
  • Leden: € 30
  • Niet-leden: € 40. Als niet-leden binnen een week na het coachingscollege lid worden van de Auteursbond, wordt het verschil verrekend met de contributie.
  • Maximaal aantal deelnemers: 12
  • Koffie en thee inbegrepen
  • Aanmelden via:https://auteursbond.nl/agenda/event/25-oktober-hoe-schrijf-je-je-los/