Monthly Archives

mei 2018

Hoe een bos bloemen en verse pens mij weer lol in het schrijven gaven

By | Blog | 4 Comments

Als je over jezelf gaat schrijven kun je herinneringen bijeengaren en aan elkaar plakken, je ontdekt lijnen die je eerst niet zag en speelt met je leven. Hoe leuk kan zoiets zijn. Tegelijkertijd  besef je dat je op sommige vragen nooit echt een antwoord zult krijgen.

Zo heb ik bijvoorbeeld nooit begrepen waarom ik mijn moeder op mijn vierde niet eerlijk heb gezegd dat ik niets rook toen ze een bos bloemen onder mijn neus hield.

Het was niet lang nadat mijn amandelen waren geknipt. Een periode van oneindig veel ijsjes eten, waarin ik in het grote bed van mijn ouders mocht liggen tussen alle cadeautjes die ik van de buren uit de portiek had gekregen.

‘Ruik eens hoe lekker,’ zei mijn moeder. De rozen waren lichtroze, mijn lievelingskleur in die tijd.

Ik snoof, inhaleerde diep, maar rook  niets.

‘Lekker,’ zei ik om mijn moeder niet teleur te stellen.

Pas acht jaar later vertelde ik het aan mijn ouders.

 

 

Mijn bekentenis

Aan de voetstappen van mijn vader hoorde ik dat er iets mis was. Zonder kloppen viel hij mijn kamer binnen.

‘Heb jij die ketel op gezet?‘

‘Is er dan wat?’

‘Weet je wel dat we er bijna waren geweest?’ De vlam was uitgewaaid. Hij had net een sigaret willen opsteken, toen hij de geur van gas opsnoof die vanonder de keukendeur opsteeg.

‘U moet ook niet roken.’

Hij keek me aan, nam een haal en zei: ‘Ik zie dat je het niet expres hebt gedaan. Voortaan wel beter opletten jij. Ze hebben niet voor niets een geurtje aan het gas toegevoegd.’

Hij hield de deurklink al in zijn handen toen ik zei: ‘Ik kan niet ruiken.’

Hij draaide zich abrupt om.

‘Wat is dit voor onzin?’

 

‘Ik kan niet ruiken,’ herhaalde ik even later in de huiskamer, waar mijn moeder bij was.

Ze zaten naast elkaar op de bank, mijn ouders. Normaal  leunde mijn moeder tegen mijn vader aan of sloeg hij zijn arm om haar heen, nu niet. Ze zaten stijf rechtop naast elkaar en zwegen. Ze wisten niet of ik hun voorloog of niet.

Ik wist niet wat ik met de stilte aan moest. Eens moest ik toch zeggen dat ik, net als mijn dove broertje David, een dood zintuig had. Ik kon mijn tong wel afbijten. Wat zou het dat ze het wisten?

‘Proef je wel wat?’ vroeg mijn vader.

‘Ik proef heus wel als de melk bedorven is.’

Dat was trouwens niet waar, ik voelde het doordat de brokken tegen mijn gehemelte bleven kleven.

‘Vervelend voor je,’ zei mijn moeder.

 

 

De lakmoesproef

Mijn vader besloot me met een test op de proef te stellen. Een paar dagen later kwam hij thuis met verse pens.

‘Voor de hond van de buren,’ zei hij tegen mijn moeder die hem verbaasd aankeek. Ze wist dat mijn vader niet veel op had met huisdieren, al vond hij de Keeshond van de buren, die ook nog eens Keesje heette, best oké.

David kneep zijn neus dicht toen mijn vader vroeg of ik het vlees naar de buren wilde brengen.

Ik veronderstelde dat iemand een scheet had gelaten, want ook dan trok Daaf een gekke bek.

Mijn buurmeisje vroeg of ik die troep voortaan thuis wilde laten toen ik het bakje van Keesje vulde. Die was in zijn element.

‘Hoezo?’ vroeg ik aan mijn buurmeisje.

‘Verse pens, trut, dat stinkt erger dan stront, het is gewoon crimineel.’

 

Zonder dat ik het doorhad was ik cum laude geslaagd voor de test. Mijn ouders waren er nu definitief van overtuigd dat ik niet kon ruiken.

Daarmee was de zaak afgedaan.

 

 

 

Inspiratie is geen goddelijke bron, schrijfplezier wel.

By | Blog | No Comments

Als inspiratie niet vanzelf komt, moet je het afdwingen. Of in de woorden van de Amerikaanse componist en dirigent Leonard Bernstein: ‘Inspiration is wonderful when it happens, but the writer must develop an approach for the rest of the time… The wait is simply too long.’

Toch leeft nog het ingesleten denkbeeld dat inspiratie een goddelijke bron is, een inval, een muze, een bliksemschicht, iets wat je overkomt.

Ik geloofde dus niet echt in goddelijke inspiratie, maar ook niet in een writer’sblock. Onzin. Schrijven is gewoon werken, herschrijven, doorgaan.

Tot ik zelf vastliep.

Een dierbare vriendin zei me naar een helderziende te gaan.

 

Verloren identiteit

Ik was al eens eerder bij Yvonne Bartels http://www.yvonnebartels.nl geweest. Die had me gemasseerd en al knedend op mijn vastzittende schouder, vertelde ze me dat ze een lange man voor zich zag met een bos wit haar (zou mijn vader kunnen zijn), een Ford (voor dat bedrijf heeft mijn vader zijn leven lang gewerkt) en de oorlog (de vader van mijn vader sneuvelde op 10 mei 1940). Ze zei nog wat steekwoorden en wist daarmee mijn vader (al 36 jaar dood) heel raak te typeren.

Bij mijn tweede bezoek aan Yvonne deden we in plaats van massage een systeemopstelling (variant op familieopstellingen). Ik vertelde haar dat er nog  nooit zoveel jaar tussen de publicatie van twee boeken had gezeten, dat ik het gevoel had mijn identiteit kwijt te zijn en dat ik had gefaald in dit project (zie eerdere blogs). Maar tegelijkertijd zei ik haar dat dit boek zou er komen. Al is het alleen  al omdat ‘een moeder-die-niet–kan-moederen’ nog steeds zo’n groot taboe is. En om te laten zien hoe diepgravend de effecten daarvan op de kinderen zijn.

We stelden onder andere het boek op. Wederom vertelde Yvonne me dingen die ze niet kon weten, maar die zo goed aansloten bij wat ikzelf had onderzocht. Nee, ik verklap nog even niet wát, later misschien wel, als ik verder ben.

 

Weer lol in het schrijven

Ze gaf me het advies mee om fictie van het manuscript te maken, omdat ik alleen zo tot de essentie van de moeder kon doordringen. Zelf heb ik dat ook al meermalen overwogen.

Ze bevestigde waar ik zelf mee bezig was, maar doordat zij het uitsprak, was het alsof ik het nu kon loslaten. Ja, dit boek drukte op me. En ja, het klopt dat ik het plezier in het schrijven was verloren.

Yvonne liet me inzien dat ik eerst weer dit plezier terug moest zien te vinden, en dan pas verder kon met het boek.

Dus dacht ik: als je de verhalen van anderen optekent, wordt het dan geen tijd  om te zien hoe het werkt als je jouw eigen verhaal opschrijft. Dus begon ik de gebeurtenissen uit mijn leven op een hoop te gooien, te kneden en op wonderlijke wijze in elkaar te knopen. Ik kreeg er lol in. Niets zo vermakelijk – en confronterend, dat ook – dan je leven opnieuw vorm te geven.

Volgende blog lees je hoe ik dat heb gedaan.

 

Meer blogs ontvangen? Meld je dan aan: http://christeljansen.nl/newsletter/