De Woonschool

Het verhaal van een meisje dat opgroeide tussen zwakbegaafden en 'asocialen'

woonschoolApenliefde heette het in ’t jargon, de liefde van zwakbegaafde ouders voor hun kinderen. Dat was de liefde die Suzanne Jonkers, kortweg Suus, kreeg van haar ouders. Binnenshuis betekende dat luizen, DDT, pornoblaadjes, kostgangers, een manipulerende moeder die haar drinkende man in toom hield, maar ook een strak dagregime.

Suus groeide, als enig normaal begaafd kind, op tussen zwakbegaafde ouders, broers en zussen. De familie Jonkers maakte, samen met andere ‘asocialen’ deel uit van een woonexperiment in de jaren zestig in het Haarlemse Parkwijk: de Woonschool. Een buurt waar ‘onaangepasten’ onder het toeziend oog van een fikse schare hulpverleners -die elkaar via ‘klikbriefjes’ op de hoogte hielden- zou ‘leren wonen’. Het bleek een groot fiasco. Criminaliteit, vervuiling, mishandeling en incest gingen er gepaard aan een hechte groepssolidariteit en strikte machtsstructuur. Van buitenaf werd op de ‘Woonscholers’ neergekeken, de hele buurt kreeg er een negatief imago door.

Menig Woonscholer vroeg zich af of Suus, die pienter was en opviel door haar mondigheid, wel echt een kind van haar vader was. Suus groeide op onder bizarre omstandigheden, maar wist zich op eigen kracht aan haar thuismilieu en dat van de zwaar gestigmatiseerde wijk te onttrekken.

 

Uitgeverij Balans
Prijs: € 17,95

Bestellen bij Bol.com? Klik hier.

 

 

De pers over De Woonschool:

‘Een aangrijpend verhaal over schrijnende gevolgen van goede bedoelingen.’ Volkskrant

‘Omdat dit boek geschreven is op basis van de ervaringen van iemand die een uitzonderingspositie innam – Suus kon goed leren en kon zich aan haar milieu ontworstelen – is het geen verontwaardigd verhaal over discriminatie en stigmatisering geworden.’ Het Parool

‘Journaliste Christel Jansen leerde Suus per toeval kennen en schreef een prachtig boek over haar jeugd, met veel verschillende lagen.’ – Psychologie Magazine

‘Indringend geschreven’  – Canon Sociaal Werk

De Woonschool zou gelezen kunnen worden als een soort vervolg op Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen.’ - Boekendeler


 

Uit De woonschool:

Suus

Ik ben de vierde in het gezin, de eerste die in 1961 in het hart van de Woonschool het leven zag. Mijn ouders waren zwakbegaafd, evenals mijn broers en zussen. Ik weet niet of ik als pasgeborene werd gekoesterd, of ze mijn eerste lachje hebben gezien, of ik uitsluitend gevoerd werd uit potjes, of er ook wel een vers fruithapje werd gegeven. Ik weet niet of er regelmatig iemand kwam kijken of ik wel genoeg groeide, of ik rode uitslag had van het te lang rondlopen in stinkluiers, of ik wel dagelijks mijn wasbeurt kreeg, of ik in de gangkast werd gelegd als ik krijste. Het kan ook best dat een zuigeling een zegen was voor mijn moeder: een baby gaf structuur. Drie keer daags het kind voeren en zeker drie keer daags een schone luier. ´s Nachts sliep ze door, waardoor al haar kinderen waarschijnlijk nooit echt nachtbrakers zijn geweest. Wat zou je krijsen als het nergens toe dient?

Ik groeide uit tot een spits kind met sproeten, een beetje de Pippi Langkous van de Lage Landen - helaas zonder haar magische krachten, al was mijn overlevingsinstinct niet minder goed ontwikkeld dan bij mijn Zweedse tegenhanger.
Suus
Voor mij was het leven in het bedompte huisje, met de immer overheersende geur van sigarettenrook, gewoon. Heel gewoon, het was mijn leven. Ik deelde mijn kamer van twee bij drie met mijn zus Irma, die er net als mijn andere oudere zus Rie en mijn oudere broer Rik, regelmatig niet was. Zij waren de langzame leerders, die elke ochtend met de bus werden gehaald om naar hun ´heel errug spesiaale school te gaan´(mijn moeder). Mijn jongste broer Ruud was een nakomertje, het oogappeltje van mijn moeder. Ik heb niet de kans gehad hem te leren kennen. Op zijn vierde werd hij uit huis gehaald, om het eerste deel van zijn leven te slijten in kindertehuizen. pleintje

Ik was de snelle leerder, de enige die tussen de middag naar huis kwam. De enige die op een gewone lagere school zat. Nog wel de katholieke Titus Brandsma-school die in onze buurt meer aanzien genoot dan de openbare school, maar waar tegelijkertijd nóg meer werd neergekeken op kinderen uit de Woonschool.
Pas door de ogen van anderen ga je zien dat je anders bent, of je wilt of niet, zoals je ook pas voelt dat je anders bent als je in staat bent om te vergelijken. Ik zag mezelf door de ogen van mijn klasgenoten, en ik schaamde me dood...

(foto's: Suus in peuterspeelzaal en één van de pleintjes van de Woonschool)